PHP
Aanvankelijk stonden de letters PHP voor Personal Home Page (de volledige naam van de software was Personal Home Page/Forms Interpreter, PHP/FI). Sinds PHP 3.0 is de betekenis een recursief acroniem geworden: "PHP: Hypertext Preprocessor". Deze naam geeft aan waar de taal meestal voor gebruikt wordt: informatie verwerken tot hypertext (meestal HTML en XHTML).
Qua syntax lijkt PHP het meest op C. In tegenstelling tot C is het in PHP (met name PHP5) mogelijk objectgeoriënteerd te programmeren, net als in bijvoorbeeld Java en C++. Een opvallend kenmerk van de taal is dat variabelen voorafgegaan moeten worden door een dollarteken ('$'). Dit is overgenomen uit de scripttaal Perl, een taal waarvan PHP mede is afgeleid.
Het type programmeren van PHP lijkt nog het meest op die van C++, zowel object- als functiegeoriënteerd programmeren is mogelijk, waarbij oorspronkelijk functiegeoriënteerd programmeren de hoofdzaak was, maar dat steeds meer opschuift naar objectgeoriënteerd.
PHP werd in 1994 ontwikkeld door Rasmus Lerdorf. De eerste publieke versie werd uitgegeven in 1995, als ook versie 2. In 1998 kwam versie 3 uit, en versie 4 volgde in 2000. Inmiddels is ook versie 5 ontwikkeld. Die kwam uit in 2004.
Tijdens de eerste twee versies was PHP nog een hobbyproject. Toen de populariteit toenam besloten de ontwikkelaars om PHP helemaal te herschrijven tot PHP 3.0. Sinds deze versie is de PHP-gemeenschap explosief gegroeid en tegenwoordig draait op meer dan 70% van alle open webservers PHP. PHP is hierdoor de meest gebruikte programmeertaal voor internettoepassingen.
Tegenwoordig is PHP 5 de meest gebruikte versie, deze is in 2004 uitgekomen, ook al word php 4 ook nog steeds in grote mate gebruikt. De recentste stabiele versie is 5.2.0. De belangrijkste kenmerken van deze versie zijn het verbeterde objectgeoriënteerd programmeren, de hogere snelheid, de mogelijkheid om SQLite aan te spreken en de vernieuwde XML bibliotheek.
PHP wordt hoofdzakelijk gebruikt om op de webserver dynamisch webpagina's te creëren. Andere bekende server-side scripttalen zijn Java Server Pages, Coldfusion en Active Server Pages (ASP). Dit in tegenstelling tot client-side scripting (zoals Javascript), waarbij de browser eerst de pagina van de webserver downloadt en vervolgens zelf (op de computer van de bezoeker) code uitvoert.
PHP ondersteunt ook diverse extensies die (in de Windows versie) als een simpele DLL kunnen worden geactiveerd, om daarna het php.ini aan te passen. Alle documentatie is in de PHP-handleiding te vinden. Onder andere door de gemakkelijk bereikbare documentatie (centraal op een locatie) is PHP populair geworden onder webprogrammeurs.
Bij het oproepen van een PHP-document op de server, wordt (op de server) eerst de in het document opgenomen PHP-code uitgevoerd. Dit gebeurt door de PHP-parser (de PHP-engine). Het resultaat (meestal HTML) wordt door de webserver naar de browser gestuurd. PHP kan echter ook andere documenttypen versturen. PHP-documenten hebben meestal de extensie .php, maar de oudere extensies .php3, .php4, en .phtml worden ook nog (sporadisch) gebruikt.
PHP wordt het meest gebruikt in combinatie met Linux, Apache en MySQL, afgekort tot LAMP. Het komt ook wel eens voor dat men Windows gebruikt in plaats van Linux. WAMP is de voor Windows geschikte variant op LAMP.
